Dutch - English - afhalen Pronunciation
v. collect, pick up; take down, take away
Dutch - French - afhalen Pronunciation
1. (tuinbouwkunde) pincer; couper
2. (voorwerpen) dépendre; décrocher; descendre; chercher; prendre
3. (persoon) chercher; prendre

Share this page
Synonyms for afhalen
1. halen: ophalen
2. afzetten: verwijderen, weghalen
Verb forms for afhalen
Tegenwoordig en verleden deelwoord: afhalend; afgehaald
Presens: haal af, haalt af, haalt af (4e - 6e pers.) halen af
Imperfect: (1e - 3e pers.) haalde af (4e - 6e pers.) haalden af
Toekomende tijd I: zal afhalen, zult afhalen, zal afhalen (4e - 6e pers.) zullen afhalen
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou afhalen (4e - 6e pers.) zouden afhalen
Perfectum: heb afgehaald, hebt afgehaald, heeft afgehaald (4e - 6e p