Dutch - English - beoordelen Pronunciation
v. criticize, judge; determine, assess
Dutch - French - beoordelen Pronunciation
1. (examen) noter
2. (schatten) évaluer; estimer
3. (evalueren) évaluer; juger

Share this page
Synonyms for beoordelen
1. inschatten: overzien, schatten, taxeren
2. bespreken: een oordeel vellen, evalueren, recenseren
Verb forms for beoordelen
Tegenwoordig en verleden deelwoord: beoordelend; beoordeeld
Presens: beoordeel, beoordeelt, beoordeelt (4e - 6e pers.) beoordelen
Imperfect: (1e - 3e pers.) beoordeelde (4e - 6e pers.) beoordeelden
Toekomende tijd I: zal beoordelen, zult beoordelen, zal beoordelen (4e - 6e pers.) zullen beoordelen
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou beoordelen (4e - 6e pers.) zouden beoordelen
Perfectum: heb beoordeeld, hebt beoord