Dutch - English - beperken Pronunciation
v. limit, confine, restrict; reduce, diminish, decrease
Dutch - French - beperken Pronunciation
1. (uitgaven) réduire; restreindre; couper 2. (keuze) réduire
3. (verklaring) nuancer; modérer 4. (hoeveelheid) réduire
5. (begrenzen) confiner; limiter; restreindre; borner

Share this page
Synonyms for beperken
1. begrenzen: limiteren
2. inkrimpen: terugdringen, verkleinen
Verb forms for beperken
Tegenwoordig en verleden deelwoord: beperkend; beperkt
Presens: beperk, ~t, ~t (4e - 6e pers.) ~en
Imperfect: (1e - 3e pers.) ~te (4e - 6e pers.) ~ten
Toekomende tijd I: zal ~en, zult ~en, zal ~en (4e - 6e pers.) zullen ~en
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou ~en (4e - 6e pers.) zouden ~en
Perfectum: heb ~t, hebt ~t, heeft ~t (4e - 6e pers.) hebben ~t
Voltooid verleden tijd: (1e - 3e pers.) had ~t