Online Dictionary    



Dictionary Index

Simplified Chinese  Traditional Chinese  Dutch  English  French  German  Greek  Italian  Japanese  

Korean  Portuguese  Russian  Spanish  Turkish

Dutch Dictionary
A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

H: < Prev 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 Next >

het falen
het feit
het fietsen
het Fins
het flikkeren
het fluiten
het Frans
het gaan
Het gaan je niet aan
Het gaan je niet aan!
het gaan liggen
het gaat niet
het gaat niet door
het gaat te boven
het gaat van een leien dakje
het gaat van het leien dakje
het gebeuren
het geeft niet
het geeft niet!
het geeft niets
Het geeft niets.
het geheim verklappen
het geheugen verliezen
het gejaagde wild
het gelaat toekeren
het gelag betalen
het geld laten rollen
het geldt voor de meesten
het geleende
het geleidelijk verdwijnen
het geloof schokken
het genot hebben van
het geringste
het gerucht gaat dat
het gesloten zijn
het getal zeventig
het getrippel
het gevecht afbreken
het geven
het gevoel voor richting ontnemen
het gevolg zijn
het gevolg zijn van
het gewicht bepalen
het gewicht zijn
het gewone
het gewone volk
het gewoon
het giechelen
het gieten
het glanzen
het glijden
het goed maken bij
het goed menen
het goed met elkaar kunnen vinden
het gokken
het gooien
het graven
het Grieks
het grijpen
het grootbrengen
het grootste deel
het grote publiek
het groter maken
het haar wassen
het hakken
het halen bij
het halfduister
het handelen
het handwerken
het hangt ervan
het hardnekkig volhouden
het hare
het hebben over
het heden
het heeft er niets mee te maken
het heeft geen zin
Het heeft geen zin.
het heeft niet
het heel korte knippen
het heengaan
het heersen
het heilig oliesel
het heilig verklaren
het heilige der heiligen
het hele jaar durend
het hele register
Het helpt niets.
het herroepen
het hiernamaals
het hoekje omgaan


©2008 Dictionarist.com