Online Dictionary    



Dictionary Index

 Dutch  English  French  German  Greek  Italian  

Portuguese  Russian  Spanish  Turkish

Dutch Dictionary
A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

O: < Prev 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 Next >

ondiepte
ondier
onding
ondoelmatig
ondoeltreffend
ondoeltreffendheid
ondoenlijk
ondoenlijkheid
ondoordacht
ondoordacht handelen
ondoordachtheid
ondoordringbaar
ondoordringbaar maken
ondoordringbaarheid
ondoorgrondelijk
ondoorgrondelijkheid
ondoorlatend
ondoorschijnend
ondoorwaadbaar
ondoorzichtig
ondoorzichtigheid
ondraaglijk
ondubbelzinnig
onduidelijk
onduidelijk maken
onduidelijk schrijven
onduidelijk uitspreken
onduidelijke uitspraak
onduidelijkheid
onduldbaar
onduleer
onduleren
onecht
onecht kind
onechte breuk
onechtelijk
oneconomisch
oneer
oneerbaar voorstel
oneerbiedig
oneerbiedigheid
oneerlijk
oneerlijk doen
oneerlijk verkregen
oneerlijke voorsprong op iem. krijgen
oneerlijke voorsprong op iets krijgen
oneerlijkheid
oneerzuchtig
oneetbaar
oneetbaarheid
onefectiefheid
oneffen
oneffen maken
oneffenheid
oneigenlijk
oneigenlijke breuk
oneindig
oneindig klein
oneindige
oneindigheid
onelastisch
onelegant
onenig
onenig worden
onenigheid
onenigheid brengend
onernstig
onervaren
onervaren iemand
onervaren vrouwelijke skiër
onervarenheid
oneven
onevenheid
onevenredig
onevenredigheid
onevenwicht
onevenwichtig
onevenwichtigheid
onfatsoenlijk
onfatsoenlijk voorstel
onfatsoenlijkheid
onfeilbaar
onfeilbaarheid
onfortuinlijk
onfris
onfris ruikend
ongaar
ongaarne
ongastvrij
ongastvrijheid


©2008 Dictionarist.com