Online Dictionary    



Dictionary Index

 Dutch  English  French  German  Greek  Italian  

Portuguese  Russian  Spanish  Turkish

Dutch Dictionary
A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

O: < Prev 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 Next >

om welke reden
om weten te gaan met
om zeep gaan
om zich heen kijken
om zich heen slaan
om zich heen zien
om zich heenvreten
om zo te zegen
om zo te zeggen
oma
Oman
omarmen
omarmend
omber
ombervis
ombinden
omblad van sigaar
omblazen
omboord
omboorden
omboordsel
omboordt
ombracht
ombrengen
ombudsman
ombudsvrouw
ombuigen
omcirkelen
omdat
omdoe
omdoen
omdraai
omdraaien
omdraaiing
ome jan
omega
omeggen
omelet
omen
omenbij
omfloersen
omgaan
omgaan in iemand
omgaan met
omgaf
omgang
omgangs
omgangs-
omgangstaal
omgedraaid
omgegeven
omgekeerd
omgekeerde
omgekeken
omgekocht
omgekruld
omgelegde verkeersweg
omgelopen
omgeploegd
omgeploegd land
omgepraat
omgeringd met een muur
omgeroerd
omgeslagen
omgeslagen rand
omgevaren
omgeven
omgevend
omgeving
omgevings
omgevings-
omgevingstemperatuur
omgevouwen
omgewisseld
omgewonden
omgezadeld
omgooien
omgorden
omgordend
omgrenzen
omgroeien
omhaal
omhaalt
omhak
omhakken
omhalen
omhangen
omhangt
omheen
omheen trekken


©2008 Dictionarist.com