grace in English and example sentences

grace in English

Pronunciation
npr. grace

grace in Dutch

Pronunciation
zn. zijne hoogheid (eretitel bij kering tot de graaf, archiebisschop e.d)
zn. gratie, elegant zijn, liefelijkheid; aangenaamheid; plezier; respijt, uitstel; gratie (van straf); zegening (over voedsel voor of na de maaltijd)
ww. vereren; versieren; vergeven

Example Sentences

Weet jij of Grace thuis is?
Do you know if Grace is at home?
pronunciation pronunciation pronunciation err
Weet je of Grace thuis is of niet?
Do you know whether or not Grace is at home?
pronunciation pronunciation pronunciation err
Tenslotte vraag ik uw steun voor de invoering van een grace period.
Finally, I am asking for your support for the introduction of a grace period.
pronunciation pronunciation pronunciation err
Bij Grace Kwinjeh, de vertegenwoordiger van de Zimbabwaanse oppositie in Brussel, is tijdens de hechtenis een deel van haar oor afgesneden.
Grace Kwinjeh, the opposition representative in Brussels, has had part of her ear cut off while in custody.
pronunciation pronunciation pronunciation err
Ze mogen niet toestaan dat Grace Mugabe en anderen in Kaapstad of Sandton gezellig gaan shoppen terwijl de bevolking verhongert.
They should refuse to allow Grace Mugabe and others to go shopping in Cape Town or Sandton while the people are starving.
pronunciation pronunciation pronunciation err
Zoals hij zei, is dit niet "High noon" . Ik ben Gary Cooper niet en ik ben zeker niet vergezeld van Grace Kelly.
As he says, this is not 'High Noon' , I am not Gary Cooper and I am certainly not accompanied by Grace Kelly.
pronunciation pronunciation pronunciation err
Dictionary Extension
Share this page