divulge in Dutch and example sentences

divulge in Dutch

Pronunciation
zn. onthullen
ww. uitvinden, ontdekken

Example Sentences

The reason for this, which I can divulge to the House, is that Mr Poettering’s doctorate was on Konrad Adenauer’s security policy.
Daar is een reden voor en die zal ik het Parlement vandaag vertellen: hij is namelijk gepromoveerd op het thema “het veiligheidsbeleid van Konrad Adenauer”.
pronunciation pronunciation pronunciation err
The committee’s report has neither divulged anything new, nor has it proved anything.
Het werk van de commissie heeft niet tot nieuwe inzichten geleid, noch iets bewezen.
pronunciation pronunciation pronunciation err
However, the price is high, and it has only partially been divulged.
Maar de prijs die daarvoor betaald moet worden is groot en wordt niet volledig openbaar gemaakt.
pronunciation pronunciation pronunciation err
Mrs Theato is right in saying that only pressure, very powerful pressure, persuades the Commission to divulge information.
Het is juist wat mevrouw Theato zegt, dat alleen maar onder druk en onder zeer zware druk de Commissie bereid gevonden wordt om vlot informatie te geven en dan nog.
pronunciation pronunciation pronunciation err
Dictionary Extension
Share this page
Synonyms for divulge
bare: publish, disclose, reveal, confess
Verb forms for divulge
Present participle: divulging
Present: divulge (3.person: divulges)
Past: divulged
Future: will divulge
Present conditional: would divulge
Present Perfect: have divulged (3.person: has divulged)
Past Perfect: had divulged
Future Perfect: will have divulged
Past conditional: would have divulged