past in Dutch and example sentences

past in English

Pronunciation
[passen] v. fit with, befit, become, suit, conform, comport, appertain

past in Dutch

Pronunciation
bn. verleden, voorbij, voorbijgegaan, geleden
adv. voorbij
zn. verleden, verleden tijd, gebeuren : het gebeuren,

Example Sentences

In the past few weeks I had learned a lot about this spunky young queen.
In de afgelopen weken had ik veel over deze dappere en jonge koningin geleerd.
pronunciation pronunciation pronunciation err
The Queen was reported to have been sick every morning for the past week!
Er werd gemeld dat de koningin elke ochtend ziek was geweest in de voorgaande weken!
pronunciation pronunciation pronunciation err
In the past bullying was happening in the playgrounds at school.
In het verleden gebeurde pesten op de speeltuinen op school.
pronunciation pronunciation pronunciation err
A man dressed as Superman flew past me!
Een man gekleed als superman vloog me voorbij!
pronunciation pronunciation pronunciation err
Archeology reveals the secrets of the past.
Archeologie ontdekt de geheimen van het verleden.
pronunciation pronunciation pronunciation err
Don't worry about the past.
Maak je geen zorgen over het verleden.
pronunciation pronunciation pronunciation err
Each generation would have to rediscover for itself the truths of the past.
Iedere generatie moet voor zich de waarheden van het verleden opnieuw ontdekken.
pronunciation pronunciation pronunciation err
He walked past the house.
Hij wandelde voorbij het huis.
pronunciation pronunciation pronunciation err
In the past several years, the engine of world growth has been China.
In de afgelopen jaren was de motor van de wereldgroei China.
pronunciation pronunciation pronunciation err
In times of crisis one should never idealise the past.
In tijden van crisis moet je nooit het verleden gaan idealiseren.
pronunciation pronunciation pronunciation err
It is twenty minutes past ten.
Het is tien voor half elf.
pronunciation pronunciation pronunciation err
It's half past eight.
Het is 8:30.
pronunciation pronunciation pronunciation err
It's half past one.
Het is half twee.
pronunciation pronunciation pronunciation err
It's half past three.
Het is half vier.
pronunciation pronunciation pronunciation err
It's quarter past one.
Het is kwart over één.
pronunciation pronunciation pronunciation err
School begins at half past eight.
De school begint om half negen.
pronunciation pronunciation pronunciation err
She was born just a generation past slavery; a time when there were no cars on the road or planes in the sky; when someone like her couldn't vote for two reasons — because she was a woman and because of the color of her skin.
Ze werd slechts een generatie voorbij slavernij geboren; in een tijd toen er geen auto's op de weg reden en geen vliegtuigen in de lucht vlogen; toen iemand als zij om twee redenen niet mocht stemmen - omdat ze een vrouw was en door de kleur van haar huid.
pronunciation pronunciation pronunciation err
The past is the past.
Voorbij is voorbij.
pronunciation pronunciation pronunciation err
They ran past Tom.
Ze renden Tom voorbij.
pronunciation pronunciation pronunciation err
They usually have breakfast at half past seven o'clock and eat their lunch at twelve.
Ze ontbijten meestal om half acht en gebruiken de lunch om twaalf uur.
pronunciation pronunciation pronunciation err
Dictionary Extension
Share this page