Dutch - English - kronkelen Pronunciation
v. wind, wind round, twist, meander, serdentine, curl, kink, wreath, twine
Dutch - French - kronkelen Pronunciation
1. {slang} contorsion (f); tortillement (m) 2. (algemeen) onduler; se tordre
3. (rook) s'élever en tournoyant 4. (rivier) serpenter; zigzaguer
5. (weg) serpenter; zigzaguer 6. (beweging) avancer en se tortillant; avancer en rampant

Share this page
Synonyms for kronkelen
1. slieren: slingeren
2. slingeren
Verb forms for kronkelen
Tegenwoordig en verleden deelwoord: kronkelend; gekronkeld
Presens: kronkel, kronkelt, kronkelt (4e - 6e pers.) kronkelen
Imperfect: (1e - 3e pers.) kronkelde (4e - 6e pers.) kronkelden
Toekomende tijd I: zal kronkelen, zult kronkelen, zal kronkelen (4e - 6e pers.) zullen kronkelen
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou kronkelen (4e - 6e pers.) zouden kronkelen
Perfectum: heb gekronkeld, hebt gekronkeld, heeft gekron