Dutch - English - mangelen Pronunciation
v. mangle

Share this page
Verb forms for mangelen
Tegenwoordig en verleden deelwoord: mangelend; gemangeld
Presens: mangel, mangelt, mangelt (4e - 6e pers.) mangelen
Imperfect: (1e - 3e pers.) mangelde (4e - 6e pers.) mangelden
Toekomende tijd I: zal mangelen, zult mangelen, zal mangelen (4e - 6e pers.) zullen mangelen
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou mangelen (4e - 6e pers.) zouden mangelen
Perfectum: heb gemangeld, hebt gemangeld, heeft gemangeld (4e - 6e