Dutch - French - observeren Pronunciation
1. (aandacht) étudier; observer
2. (persoon) observer
3. (opmerken) observer; remarquer

Share this page
Synonyms for observeren
1. bespieden: gadeslaan, waarnemen
2. in acht nemen: naleven
Verb forms for observeren
Tegenwoordig en verleden deelwoord: observerend; geöbserveerd
Presens: observeer, observeert, observeert (4e - 6e pers.) observeren
Imperfect: (1e - 3e pers.) observeerde (4e - 6e pers.) observeerden
Toekomende tijd I: zal observeren, zult observeren, zal observeren (4e - 6e pers.) zullen observeren
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou observeren (4e - 6e pers.) zouden observeren
Perfectum: heb geöbserveerd, hebt ge