Dutch - English - omvormen Pronunciation
v. transform
Dutch - French - omvormen Pronunciation
1. (algemeen) convertir
2. (verandering) transformer
3. (vorm) remodeler

Share this page
Synonyms for omvormen
transformeren: veranderen
Verb forms for omvormen
Tegenwoordig en verleden deelwoord: omvormend; omgevormd
Presens: vorm om, vormt om, vormt om (4e - 6e pers.) vormen om
Imperfect: (1e - 3e pers.) vormde om (4e - 6e pers.) vormden om
Toekomende tijd I: zal omvormen, zult omvormen, zal omvormen (4e - 6e pers.) zullen omvormen
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou omvormen (4e - 6e pers.) zouden omvormen
Perfectum: heb omgevormd, hebt omgevormd, heeft omgevormd (4