Definitions and translations for "oneerlijk"

Dutch - English - oneerlijk

Pronunciation
adv. dishonestly
adj. dishonest, unfair, backstairs, raw, crooked, foul

Dutch - French - oneerlijk

Pronunciation
1. (moreel gedrag) malhonnête 2. (persoon) roué; rusé; malin; roublard
3. (gedrag) injuste 4. (onoprecht) peu sincère; dissimulé; hypocrite
5. (aktie) injustement; peu équitablement
Share this page
Dictionary Extension
Synonyms for oneerlijk
1. bedrieglijk: leugenachtig, slinks, vals, frauduleus, listig, misleidend, onbetrouwbaar, vals
2. corrupt: omkoopbaar, onbetrouwbaar, rot, verdorven
3. onoprecht: gehuicheld, geveinsd
4. smerig: corrupt, dubieus, onguur
5. bedrieglijk: leugenachtig, slinks, vals