Dutch - English - opkomen Pronunciation
v. come up, come, make up, occur, flow, originate, present oneself, set in, ascend, dawn on, spring, ingraft
Dutch - French - opkomen Pronunciation
1. (geneeskunde) éruption (f); poussée (f)
2. (menigte) sortir; se rendre à; aller à
3. (zon) se lever

Share this page
Synonyms for opkomen
1. omhoogkomen: opstaan, overeind komen, rijzen
2. bovenkomen: opborrelen, opwellen
3. groeien: ontstaan
4. ingang vinden: opgang maken, opgeld doen
5. verschijnen
6. opnemen: verdedigen
Verb forms for opkomen
Tegenwoordig en verleden deelwoord: opkomend; opgekomen
Presens: kom op, komt op, komt op (4e - 6e pers.) komen op
Imperfect: (1e - 3e pers.) kwam op (4e - 6e pers.) kwamen op
Toekomende tijd I: zal opkomen, zult opkomen, zal opkomen (4e - 6e pers.) zullen opkomen
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou opkomen (4e - 6e pers.) zouden opkomen
Perfectum: ben opgekomen, bent opgekomen, is opgekomen (4e - 6e pers.) zij