English - Dutch - pass out examination Pronunciation
zn. eindexamen
zn. pas, bergpas, doorgang, vaargeul, reispas, verlofpas, toegangsbewijs, vrijbiljet
ww. voorbijgaan, inhalen, dasseren
bn. staking : in staking
adv. buiten, uit, daarbuiten, erbuiten, eruit, weg, uiterlijk, wapen : onder de wapenen, mode : uit de mode, voorbii
zn. examen, proefwerk, onderzoek


Share this page
Dictionary Extension