Dutch - English - runnen Pronunciation
v. curdle
Dutch - French - runnen Pronunciation
(bedrijf) diriger; conduire; exploiter

Share this page
Synonyms for runnen
beheren: drijven, exploiteren, leiden
Verb forms for runnen
Tegenwoordig en verleden deelwoord: runnend; gerund
Presens: run, runt, runt (4e - 6e pers.) runnen
Imperfect: (1e - 3e pers.) runde (4e - 6e pers.) runden
Toekomende tijd I: zal runnen, zult runnen, zal runnen (4e - 6e pers.) zullen runnen
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou runnen (4e - 6e pers.) zouden runnen
Perfectum: heb gerund, hebt gerund, heeft gerund (4e - 6e pers.) hebben gerund
Voltooid verleden