Dutch - English - toebehoren Pronunciation
v. belong to, appertain
Dutch - French - toebehoren Pronunciation
1. (algemeen) affaires (fp); attirail (m){informal}; bazar (m){informal}
2. (mechanisch) accessoires (mp)
3. (eigendom) appartenir à; revenir à

Share this page
Synonyms for toebehoren
1. behoren: deel uitmaken, horen bij, thuishoren
2. horen
3. zijn: behoren aan
4. benodigdheden: accessoires, gereedschap, gerei, materiaal
5. parafernalia: bijkomstigheden
Verb forms for toebehoren
Tegenwoordig en verleden deelwoord: toebehorend; toebehoord
Presens: behoor toe, behoort toe, behoort toe (4e - 6e pers.) behoren toe
Imperfect: (1e - 3e pers.) behoorde toe (4e - 6e pers.) behoorden toe
Toekomende tijd I: zal toebehoren, zult toebehoren, zal toebehoren (4e - 6e pers.) zullen toebehoren
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou toebehoren (4e - 6e pers.) zouden toebehoren
Perfectum: heb toebehoord, hebt