Definitions and translations for "turen"

Dutch - English - turen

Pronunciation
v. peer, gaze, stare, pry

Dutch - French - turen

Pronunciation
(gezichtsvermogen) regarder attentivement
Share this page
Dictionary Extension
Synonyms for turen
kijken: staren
Verb forms for turen
Tegenwoordig en verleden deelwoord: turend; getuurd
Presens: tuur, tuurt, tuurt (4e - 6e pers.) turen
Imperfect: (1e - 3e pers.) tuurde (4e - 6e pers.) tuurden
Toekomende tijd I: zal turen, zult turen, zal turen (4e - 6e pers.) zullen turen
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou turen (4e - 6e pers.) zouden turen
Perfectum: heb getuurd, hebt getuurd, heeft getuurd (4e - 6e pers.) hebben getuurd
Voltooid verled