Dutch - French - typisch zijn voor Pronunciation
(karakteriseren) caractériser; distinguer; marquer
1. (eigenschap) distinctif; caractéristique; typique; spécifique; type
2. (karakteristiek) d'une manière caractéristique; typiquement
1. (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. mv.) ses 2. (bezittelijk bijvoeglijk nw. - m. enk.) son; sa 3. (bezittelijk bijvoeglijk nw. - mv.) ses
4. (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.) son; sa 5. (filosofie) existence (f) 6. (bestaan) être (m); vie (f)
7. (algemeen) être 8. (filosofie) être; exister
1. (landbouw) sillon (m); tranchée (f); fossé (m) 2. (algemeen) pour; de
3. (ruil) en échange de 4. (prijs) à
5. (plaats) devant 6. (tijd) avant que; avant; avant de; jusqu'à ce que; moins


Share this page
Dictionary Extension