Dutch - English - uitbaten Pronunciation
v. exploit

Share this page
Synonyms for uitbaten
1. exploiteren
2. benutten: gebruiken, uitbuiten
Verb forms for uitbaten
Tegenwoordig en verleden deelwoord: uitbatend; uitgebaat
Presens: baat uit, baat uit, baat uit (4e - 6e pers.) baten uit
Imperfect: (1e - 3e pers.) baatte uit (4e - 6e pers.) baatten uit
Toekomende tijd I: zal uitbaten, zult uitbaten, zal uitbaten (4e - 6e pers.) zullen uitbaten
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou uitbaten (4e - 6e pers.) zouden uitbaten
Perfectum: heb uitgebaat, hebt uitgebaat, heeft uitgebaat