Dutch - English - voortstuwen Pronunciation
v. propel

Share this page
Verb forms for voortstuwen
Tegenwoordig en verleden deelwoord: voortstuwend; voortgestuwd
Presens: stuw voort, stuwt voort, stuwt voort (4e - 6e pers.) stuwen voort
Imperfect: (1e - 3e pers.) stuwde voort (4e - 6e pers.) stuwden voort
Toekomende tijd I: zal voortstuwen, zult voortstuwen, zal voortstuwen (4e - 6e pers.) zullen voortstuwen
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou voortstuwen (4e - 6e pers.) zouden voortstuwen
Perfectum: heb voortge