Definitions and translations for "vooruitbetalen"

Dutch - English - vooruitbetalen

Pronunciation
v. prepay

Dutch - French - vooruitbetalen

Pronunciation
1. (betaling) payer d'avance
2. (geld) avancer; payer une avance
Share this page
Dictionary Extension
Verb forms for vooruitbetalen
Tegenwoordig en verleden deelwoord: vooruitbetalend; vooruitbetaald
Presens: betaal vooruit, betaalt vooruit, betaalt vooruit (4e - 6e pers.) betalen vooruit
Imperfect: (1e - 3e pers.) betaalde vooruit (4e - 6e pers.) betaalden vooruit
Toekomende tijd I: zal vooruitbetalen, zult vooruitbetalen, zal vooruitbetalen (4e - 6e pers.) zullen vooruitbetalen
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou vooruitbetalen (4e - 6e pers.) zouden vo