Dutch - English - vooruitlopen Pronunciation
v. anticipate
Dutch - French - vooruitlopen Pronunciation
(positie) passer devant

Share this page
Synonyms for vooruitlopen
1. anticiperen: verwachten, vóór zijn, voorkomen, vooruitlopen op
2. preluderen: zinspelen
Verb forms for vooruitlopen
Tegenwoordig en verleden deelwoord: vooruitlopend; vooruitgelopen
Presens: loop vooruit, loopt vooruit, loopt vooruit (4e - 6e pers.) lopen vooruit
Imperfect: (1e - 3e pers.) liep vooruit (4e - 6e pers.) liepen vooruit
Toekomende tijd I: zal vooruitlopen, zult vooruitlopen, zal vooruitlopen (4e - 6e pers.) zullen vooruitlopen
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou vooruitlopen (4e - 6e pers.) zouden vooruitlopen
Perfectum