dictionary extension

Verb Forms

Tegenwoordig en verleden deelwoord: afpersend; afgeperst
Presens: pers af, perst af, perst af (4e - 6e pers.) persen af
Imperfect: (1e - 3e pers.) perste af (4e - 6e pers.) persten af
Toekomende tijd I: zal afpersen, zult afpersen, zal afpersen (4e - 6e pers.) zullen afpersen
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou afpersen (4e - 6e pers.) zouden afpersen
Perfectum: heb afgeperst, hebt afgeperst, heeft afgeperst (4
© dictionarist.com