Job in English

Pronunciation
npr. job

Job in Dutch

Pronunciation
zn. Job
zn. werk, baan, baantje, betrekking, job (ook in computers); opgave; missie, opdracht; karwei
ww. speculeren, profiteren; afmaken; kwijten; misbruiken

Example Sentences

It was his job to eat bits of my food before I did, to make sure that it wasn’t poisoned.
Zijn werk was het, kleine stukjes van mijn eten te proeven voor me, om ervoor te zorgen dat het niet vergiftigd was.
pronunciation pronunciation pronunciation err
I was barely a teenager and, as if I didn't already have enough to worry about, I had been given the big job of ruling my country.
Ik was nauwelijks een tiener, en alsof ik niet al genoeg aan mijn hoofd had, was mij nu de grote taak opgelegd om mijn land te regeren.
pronunciation pronunciation pronunciation err
Ptolemy now wanted the job we shared, all to himself.
Ptolemaeus wilde nu het werk dat we deelden, helemaal voor zichzelf hebben.
pronunciation pronunciation pronunciation err
I needed to attend to many jobs before the evening feast began.
Ik moest nog voor vele taken zorgen voor het banket begon in de namiddag.
pronunciation pronunciation pronunciation err
Mother’s job was to create great paintings on the walls throughout the palace.
Het werk van mijn moeder bestond eruit verbazingwekkende schilderijen aan de muren van het hele paleis te creëren.
pronunciation pronunciation pronunciation err
As for me, I had two very special jobs in the household of Cleopatra.
Wat mij betreft, had ik twee zeer speciale taken in het huis van Cleopatra.
pronunciation pronunciation pronunciation err
It was my job to have a taste from each item on the plate.
Het was mijn taak om elk product uit te proberen op haar bord.
pronunciation pronunciation pronunciation err
Now this might seem to be a dangerous job but in reality the risk to my health was minor.
Dit werk lijkt wellicht gevaarlijk, maar in feite was mijn gezondheidsrisico minimaal.
pronunciation pronunciation pronunciation err
In fact, I considered my job as taster to be a good one.
Eigenlijk vond ik mijn werk als voorproever goed.
pronunciation pronunciation pronunciation err
All eyes were on me and I was accused of not doing my job properly.
Alle ogen waren op mij gericht, en ik werd ervan beschuldigd mijn werk niet te goed doen.
pronunciation pronunciation pronunciation err

Synonyms

1. baan: betrekking, werk, werkkring
2. betrekking: aanstelling, ambt, baan, positie, post
3. werk: baan, betrekking



© dictionarist.com