dictionary extension

Verb Forms

Tegenwoordig en verleden deelwoord: uitbatend; uitgebaat
Presens: baat uit, baat uit, baat uit (4e - 6e pers.) baten uit
Imperfect: (1e - 3e pers.) baatte uit (4e - 6e pers.) baatten uit
Toekomende tijd I: zal uitbaten, zult uitbaten, zal uitbaten (4e - 6e pers.) zullen uitbaten
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou uitbaten (4e - 6e pers.) zouden uitbaten
Perfectum: heb uitgebaat, hebt uitgebaat, heeft uitgebaat
© dictionarist.com