dictionary extension

Verb Forms

Tegenwoordig en verleden deelwoord: uitzuigend; uitgezogen
Presens: zuig uit, zuigt uit, zuigt uit (4e - 6e pers.) zuigen uit
Imperfect: (1e - 3e pers.) zoog uit (4e - 6e pers.) zogen uit
Toekomende tijd I: zal uitzuigen, zult uitzuigen, zal uitzuigen (4e - 6e pers.) zullen uitzuigen
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou uitzuigen (4e - 6e pers.) zouden uitzuigen
Perfectum: heb uitgezogen, hebt uitgezogen, heeft uitg
© dictionarist.com